Hoofd-zaken #3: ‘Ik wil juist geen probleemgeval zijn’

Andrea heeft dysthemie (langdurige depressie waarbij je nog wel kunt functioneren). Stress en extreme vermoeidheid waren lange tijd de enige twee stabiele factoren in haar leven. Een burn out was de genadeklap. Ze zal wekelijks schrijven over haar leven. Haar doel: het taboe op psychische aandoeningen doorbreken.

Uit de intercom klinkt een vriendelijke doch ferme stem. De woorden blijven zweven tussen de deur en mijn gestalte. Met een klik gaat de deur van het slot. Sneller dan verwacht sta ik binnen. Mijn brein probeert een inschatting te maken van dit onbekende terrein. Een moment sta ik stil. Ik hoor niks. Stilte voor de storm, klinkt het dan in mijn hoofd. Voorzichtig loop ik de smalle trap omhoog. De treden zuchten zacht onder mijn schoenen. Eenmaal boven kijk ik om het hoekje. De wachtkamer is klein. Daglicht schijnt naar binnen en het tafeltje in de ruimte ligt vol met leesvoer van jaren terug. Zelfs hier word ik herinnerd aan het verleden. In de wachtkamer lijkt elke minuut een uur te duren. Ik voel me een blob. Een hoopje mens dat volledig opgaat in het interieur van de wachtkamer. Hier komen mensen met problemen. Probleemgevallen. En dat is juist iets wat ik niet wil zijn. Ik wil niemand tot last zijn. Onzichtbaar zijn.

Met holle ogen staar ik naar het andere paar ogen in de kamer

Het geluid van hakken komt van een paar deuren verder en galmt na in de gang die de spreekkamer verbindt met de wachtkamer. Ik ben de enige in de wachtkamer, maar blijf vastgeroest op de stoel zitten tot ik mijn naam hoor. Dan zie ik haar voor het eest. Mijn psychotherapeut. Haar handdruk brandt na in mijn handpalm. Ik volg de hakken naar de spreekkamer. Ook hier kruipt het daglicht naar binnen en vormt een schaduwspel op het perzische tapijt. Typisch, zo’n tapijt. Geen sofa waar ik op mag liggen, maar een stoel in het verste hoekje van de kamer. Ik schuif de stoel geruisloos een paar centimeter naar voren en hang mijn jas over de rugleuning. Een innerlijke zucht probeert mijn longen te bevrijden van de kramp op mijn borst. Zonder een streepje make-up en met holle ogen staar ik naar het enige andere paar ogen in de kamer. Woorden stromen uit haar mond en er volgt een kleine glimlach. Mijn streepmond weet zowaar een krulletje te vormen. Een vragenvuur komt mijn kant op. Mijn brein is al begonnen aan een achtbaanrit met acht loopings en schroevendraaiers. De vermoeidheid zit vandaag in mijn benen en drukt tegen mijn oogkassen. Met moeite pers ik wat klanken uit mijn keel en de therapeut lijkt tevreden. De hakken naast elkaar op de grond. Gronden. Voorzichtig bevrijd ik mijn benen uit de knoop die ik onbewust heb gemaakt. Spiegelend zet ik ook mijn voeten naast elkaar neer.

Ik zoek antwoorden op de muur, op straat en in mijn theewater

Mijn hoofd gaat langzaam op en neer bij het zien van de aantekeningen die mijn therapeut tijdens onze sessie op het whiteboard schrijft. De vragen zijn nog niet opgehouden en mijn ogen zoeken naar antwoorden op de muur achter mevrouw de therapeut, buiten op straat en in het theewater in het kopje tussen mijn handen. Drie kwartier verder zweef ik dezelfde trap af naar beneden. In die tijd heeft mijn hoofd ervoor gezorgd dat ik wil sporten, gezond eten, slapen, een massage wil boeken, dat boek nog wil lezen, een wereldreis wil maken en toch maar eens moet kijken naar een ander huis. In de sessie is mijn hoofd afgedwaald naar al deze zaken; wat ik moet van mezelf en wat ik misschien ook wil, maar wat niet lukt.

Het is licht, maar ik zou graag willen dat het donker er al was

De kennismaking in de spreekkamer is nu teruggebracht naar een schamel vinkje op mijn lijst. De gedachte dat ik hier de komende maanden elke twee weken op diezelfde stoel zit, laat mijn wezen wegspoelen tussen de stoeptegels buiten. Weg van de sputterende intercom en weer richting huis. Het is nog licht, maar ik zou zo graag willen dat het donker er al was. Mijn onzichtbaarheidsmodus is nog altijd actief en creëert een wervelwind overal waar ik ga. Daarmee hoop ik iedereen op afstand te houden. Ogen, monden, handen, benen, alles vervaagt en verdwijnt in de lucht. Op naar huis, waar ik alleen ben en door blijf zoeken naar rust.

Zelfmoordgedachten? Praat erover. Dat kan via 0900-0113 en de chat op 113.nl.

Andrea Dronk is tekstschrijver, ze wil ooit een boek schrijven. Op STRESSED OUT schrijft ze over haar leven met dysthemie (langdurige depressie waarbij je vaak nog wel kunt functioneren in het dagelijks leven). Stress en extreme vermoeidheid waren lange tijd de enige twee stabiele factoren in haar leven. Een burn out was de genadeklap. Haar doel: het taboe op psychische aandoeningen doorbreken.

LEES ALLE ARTIKELEN IN DEZE SERIE VAN ANDREA DRONK…

Viktor en het vuur is het allereerste kinderboek dat stress, burn out en balans uitlegt in kindertaal. Een sprookje door Sarah Van Wolputte, met een voorwoord van psychiater Prof. Dr. Dirk De Wachter.

'Vergeet de kinderen niet. Dit boek nodigt uit om op een creatieve en kindvriendelijke manier in dialoog te gaan.'
- Dirk De Wachter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *