Wat er gebeurde toen ik mijn ‘weirdness’ omarmde

Heb je er weleens over nagedacht wat er gebeurt als je jouw eigen, hoogstpersoonlijke ‘weirdness‘ volledig accepteert, sterker nog: omarmt? Ik weet uit ervaringen dat er wonderen kunnen gebeuren.

Weirdness is een sociaal concept, afwijking van de norm een normatief idee

Het is niet erg, maar ook niet makkelijk als blijkt dat je gewoon een beetje anders bent. Dat ik een beetje anders was, viel toen ik jong was vooral de anderen op. Ik dacht altijd dat ik volstrekt normaal was. En technisch gezien ben ik dat natuurlijk ook. Weirdness is een sociaal concept. Afwijking van de norm is een normatief idee. Het wordt geschept vanuit het uitgangspunt dat iedereen op elkaar lijkt. En dat dat wenselijk is. Anders zijn, of zo worden gezien, maakt je echter ook kwetsbaar. Wie anders is, valt op. En vooral toen ik jong was, was dat opvallen reden om me enorm te pesten. Ik was nieuwsgierig, dromerig, gevoelig, en eigenwijs en liet me niet in een mal duwen. Ik liep mijn eigen pad, ongeacht wat anderen daarvan vonden. Clubjes en groepjes waren de norm, maar ik voegde me niet naar de mores van die groepjes. Niet expres, maar gewoon omdat ik niks had met de ‘regels’ die er werden gesteld.

Ik heb kattenpoep moeten eten omdat ik niet voldeed aan de norm

Dat werd niet zo op prijs gesteld door leeftijdsgenootjes. Ik werd in een gedempte put gegooid, in mijn gezicht gespuugd, in elkaar geslagen, ik heb kattenpoep moeten eten, the whole shebang heb ik voorbij zien komen aan vernederingen (als je daar meer over wilt lezen vind je het hier in mijn boek NIETS). Het was makkelijk aan mezelf te gaan twijfelen. En geloof me: dat ben ik ook gaan doen. Ik heb daardoor écht jarenlang mijn best gedaan om ‘in een standaardpakketje te passen’. Vooral tijdens mijn puberteit was er me alles aan gelegen. Helaas werkte het niet; de groepen op mijn middelbare school hadden een duidelijke indeling: de kakkers, de alto’s, de nerds. Ik was geen van allen. Ik was mezelf en paste daarmee niet naadloos in een hokje dat was voorgevormd. Het pesten ging door, tot einde middelbare school.

Dingen die je ‘anders maken’ hoeven niet slecht te zijn, leerde ik

Toen ik ouder werd, merkte ik dat mijn ‘anders zijn’ me soms ook dingen kon opleveren. Doordat ik bijvoorbeeld geen standaard uiterlijk had, werd ik ontdekt als model en had ik een succesvolle carrière in binnen- en buitenland (ook daarover vertel ik in mijn boek). Mijn ‘uit elkaar staande ogen’ en loens zorgden voor een succesvolle internationale loopbaan. Dingen die je dus ‘anders maakten’ hoefden zo slecht niet te zijn. En ook toen ik erna ging werken bij het tijdschrift Yes, merkte ik dat ‘niet doorsnee’ zijn je soms liet opvallen. Doordat ik altijd mega nieuwsgierig was, werd ik opgemerkt door de creatief directeur van de uitgeverij, waardoor ik een aantal geweldige kansen kreeg om mezelf te ontwikkelen (lees hier over het vinden van een mentor).

Pas na mijn burn out realiseerde ik me dat ik mezelf onnodig kleinhield

Toch heeft mijn idee dat ik ‘anders was’ me lang tegengehouden om mijn ‘zijn’ te omarmen en daarmee mijn potentie vrij te laten en te omarmen. Heel lang heb ik toch nog geprobeerd me te vormen naar wat ik dacht dat ‘hoorde’. Ook al was ik al volwassen, toch hield de angst om buiten de boot (welke eigenlijk? Dat wist ik ook niet) te vallen me tegen om mijn innerlijke ik te volgen en buiten de gebaande paden te wandelen, daar waar ik me het meest thuis voelde: de gebieden die nog ontgonnen moesten worden, in de journalistiek bijvoorbeeld (waarvan akte met stressedout.nl ;-)). Ik wilde altijd meer weten, meer ontdekken, maar ik hield mezelf vaak tegen, omdat ik voorsorteerde op het vreemde-eend-effect. Pas na mijn burn out realiseerde ik me dat ik mezelf daarmee onnodig klein hield en dat ik vaak kansen had laten liggen, omdat ik bezig was met wat anderen ervan konden vinden. Dat ik mezelf niet de toestemming was te zijn wie ik ben: een nieuwsgierige dromer die haar ideeën bij de lurven wil pakken om een doel te realiseren.

Toen ik mezelf volledig accepteerde kon ik echt vrij zijn

Pas op het moment dat ik mijn volledige ‘weirdness’ (hé, wat is weird anyway, trouwens?) durfde te accepteren en schijt begon te krijgen aan wat anderen daar mogelijk van konden denken, kon ik écht vrij zijn. En bleek dat in die ‘weirdness‘ juist mijn kracht lag. Als ik mezelf niet ‘vrij had gelaten’, had STRESSED OUT nooit bestaan. Was mijn boek NIETS er nooit gekomen. Had ik nooit Viktor en het vuur van Sarah Van Wolputte, uitgegeven, het eerste kinderboek dat stress, burn out en balans uitlegt in kindertaal (met een voorwoord van Dirk De Wachter). Het was allemaal het resultaat van het me realiseren dat ik al genoeg ben zoals ik ben, dat ik nergens ‘in hoef te passen’. Ik denk dat iedereen zo zijn eigen weirdness heeft. En de kunst ligt hem erin die weirdness lief te hebben, misschien zelfs te voeden. Het is vaak een ondergeschoven kindje, dat zoveel mogelijkheden heeft. Mogelijkheden die we over het hoofd zien of wegdrukken. Ik weet dat sinds ik mijn ‘ik’ volledig toelaat, ik gelukkiger ben dan ooit. Ik gun het iedereen dat hij of zijn zijn weirdness in volledigheid omarmt. Wie weet wat voor moois er allemaal uit kan komen? En weet je: weird is het eigenlijk ook gewoon helemaal niet: we zijn allemaal oké, precies goed zoals we zijn.

LEES OOK: PESTEN, WELKE (ERNSTIGE) GEVOLGEN DAT KAN HEBBEN…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *