Hoe je je energievreters en energiegevers in balans krijgt

‘Eh… wil ik dit eigenlijk wel?’, vraag jij je dat ook te weinig af? Waarschijnlijk wel. Psycholoog Roos, die zelf een burn out kreeg en ontdekte dat haar energie jarenlang uit balans was geweest, vertelt wat je helpt meer inzicht te krijgen in wat jou energie kost en wat je energie geeft.

Vraagje, en eerlijk antwoorden. Ben jij je er bewust van wat jou energie kost of geeft? Dit is soms minder makkelijk dan het lijkt. Een van de belangrijkste lessen uit mijn burn out was dan ook het ontdekken van de energiegevers en energievreters in mijn leven. Deze zijn trouwens voor iedereen anders. Wat voor de ene persoon een bron van energie is, kan een ander als slopend ervaren. Om je batterij niet leeg te laten lopen (het is niet voor niets zo’n goede metafoor), is het belangrijk dat je meer energie krijgt dan dat er verloren gaat. Daarom moet je inzicht krijgen in je energie vreters én je energie gevers.

Energievreters

Er zijn veel soorten ‘vreters’. Enkele voorbeelden:

1. Activiteiten

Bepaalde activiteiten leveren je stress op, drukte in je hoofd, of je merkt na afloop telkens dat je je uitgeput voelt. Er zijn veel activiteiten die kunnen uitputten; een volle mailbox wegwerken, bepaalde werktaken, boodschappen doen… Het kunnen leuke én minder leuke activiteiten zijn. Wat mij persoonlijk bijvoorbeeld veel energie kost, is winkelen. Laatst ging ik winkelen in den Haag. Hoe leuk ook; het is er ontzettend druk en er is zo veel te zien; ik merkte al snel dat het me te veel werd en ik uit de mensenmassa weg wilde.

2. Omstandigheden

Ook omstandigheden kunnen energie vreten. Denk aan een lopend conflict, een piekersituatie, toestanden met collega’s of vrienden, enzovoort. Minder ‘opvallende’ maar minstens zo belangrijke omstandigheden, die zich specifiek op de werkvloer afspelen: als je weinig feedback op je werk krijgt, er onvoldoende informatie is om je werk goed te kunnen doen, of een tekort aan personeel.

3.  Fysieke omgeving

Het kunnen ook dingen zijn waarvan je het in eerste instantie niet verwacht, die onbewust tóch veel energie kosten. Denk aan het weer, onrust door lawaai uit de omgeving, een open kantoorruimte of misschien dat je elke dag in de file staat. Zo ervaar ik bijvoorbeeld dat ik eerder moe word in een ruimte met fel licht, of veel omgevingsgeluid; warm licht en weinig geluid peppen me juist op. Voor mijn burn out had ik geen idee dat omgevingsfactoren zoveel invloed op me hadden. Ik ontdekte bijvoorbeeld ook dat ik niet alleen snel stemmingen van andere mensen waarneem, maar die soms ook óverneem. In een omgeving zijn met mensen die gespannen zijn, kan mij meer ‘kosten’ dan een ander.

4.  Personen

Voel je je na een afspraak met die ene vriend achteraf altijd moe, terwijl je met die andere vriend uren door kunt brengen en je nog steeds goed voelt? Het kan vervelend voelen om dit te concluderen voor jezelf, maar soms is het goed voor je om vooral tijd door te brengen met personen die jou weinig energie kosten en je een positief gevoel geven.

Het misverstand over leuke dingen…

Wat veel mensen zich niet realiseren, en wat ik bij punt 1 al liet doorschemeren, is dat ook leuke dingen energie kunnen vreten. Dat leerde ik pas goed tijdens mijn burn out. Ik bracht altijd graag tijd door in grote groepen, bijvoorbeeld bij een borrel of een feestje. Plekken met veel prikkels, waarna ik echt ‘bijkom tijd’ nodig had. Voor mijn burn out was ik me daar niet van bewust en nam ik die ‘bijkom tijd’ nooit, want: ik vond de activiteit toch hartstikke leuk? Dit is een veel gemaakte fout: ‘Het is leuk dus hoe kan het dan dat ik kapotmoe ben?’ Leuk betekent niet per se dat het je niet uitput. Inmiddels heb ik geleerd hierin keuzes te maken die goed zijn voor mij. Dat houdt soms in dat ik niet naar een feestje ga, maar in plaats daarvan een keer apart met iemand afspreek. Het kan ook betekenen dat ik van tevoren al ‘bijkom tijd’ inplan voor na de activiteit.

Zo los je het probleem op

Je kunt bijkomen van energievreters door tijd voor energiegevers te maken; dat kunnen activiteiten, personen of plaatsen zijn. Je ervaart hierbij positieve emoties en voelt je ontspannen. Je hebt deze gedurende de dag nodig om weer op te laden. Misschien geeft het jou energie als je controle over je eigen tijd hebt op het werk, waardering krijgt, als je mag samenwerken met die ene collega, als je op vakantie kunt of een lange wandeling maakt. Zelf heb ik het bijvoorbeeld nodig om regelmatig in de natuur te zijn. Maar denk ook aan kleine dingen, zoals een korte ontspanningsoefening, de geur van koffie, met je blote voeten op het gras lopen, de zon op je gezicht, een goed ontbijt, een boek lezen of in bad gaan. Veel mensen komen tot rust in hun hoofd als ze een fijne wandeling maken, sporten of muziek maken of luisteren. Als je het moeilijk vindt om te bedenken wat voor jou werkt hierin, kun je je ook de vraag stellen wat je als kind al graag deed. Vaak zijn namelijk dít dingen die jou van nature al een boost geven.

Oefening: Inzicht krijgen

Om erachter te komen waarin jij iets kunt veranderen om meer te genieten en minder energie verloren te laten gaan, kun je een lijst maken. Het is belangrijk om daarbij ook klein te kunnen denken. Je mag werk gerelateerde dingen opschrijven, activiteiten uit je privéleven, personen die jou energie geven of kosten; alles mag je opschrijven. Neem hiervoor de tijd, en vul het later nog eens aan. Je kunt hiervoor onderstaand schema gebruiken, bestaande uit twee ijkpunten. Pak een papiertje en schrijf in een schema, en vul dit schema in:

Energiegevers: 
Deze dingen GEVEN mij energie:
Energievreters: 
Deze dingen KOSTEN mij energie:


Zijn ze in balans?

De kunst is om ervoor te zorgen dat je de energievreters minimaliseert, en zo veel mogelijk energiegevers hebt. Misschien kun je van eerstgenoemde sommige schrappen of beperken. Je kunt bijvoorbeeld op je werk overleggen of je van bepaalde taken meer zou mogen doen, en van andere taken iets minder. Sommige energie vreters zijn onvermijdelijk of wil je gewoon graag doen; het kan dan helpen om daarna bijkom tijd in te plannen door er bijvoorbeeld een energiegever tegenover te zetten. Uit onderzoek blijkt dat het meer effect heeft om dáár in te investeren, dan om energievreters te verminderen. Kleine stapjes kunnen hierin al een groot verschil maken. Vraag jezelf dus vandaag nog af: van welke energiegevers kun jij de komende tijd meer gaan doen?

Roos Vader is opgeleid in de Positieve Psychologie en Arbeids- en Organisatiepsychologie en kreeg eerder zelf een burn out. Ze doet momenteel onderzoek voor de Erasmus Universiteit naar het gebruik van sterke kanten, werkbevlogenheid en prestatie op de werkvloer. 


LEES OOK: WAAROM TOXISCHE CONTACTEN SLECHT ZIJN VOOR JE STRESSLEVELS…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *